De orgels van de Onze Lieve Vrouwebasiliek Zwolle

Historie

Het oudste document dat bewaard is gebleven over een orgel in de O.L.V. kerk stamt uit 1454.

Meester Jacob van Bilsteyn uit Kampen maakte een orgel met hoofdwerk en nevenwerk. Het hing aan de noordwand van het schip. Het had waarschijnlijk orgelluiken, waarop afbeeldingen werden geschilderd. In 1480 werkte de Zoon van Jacob nog aan het orgel, daarna zijn er geen gegevens meer bekend.  Tot de sluiting van de kerk in 1580, als gevolg van de Reformatie, heeft het dienst gedaan.  -->>

 

Reconstructietekening van het Middeleeuwse  interieur                                         Tekening: Bert Dijkink

Het gebouw werd niet meer voor diensten gebruikt. Het diende allerlei andere doelen. Zo werd het tussen 1718 en 1721 gebruikt door de gebroeders Franz Caspar en Johan Georg Schnitger als werkplaats om het orgel van de Grote of St.-Michaelskerk te maken  -->>

Het door de Gebr. Schnitger gemaakte orgel van de Grote- of St.- Michaëlskerk. Ze gebruikten de leegstaande O.L.V. kerk als werkplaats. 
In 1809 kwam koning Lodewijk Napoleon naar Zwolle en bij een bezoek aan de schuilkerken van de katholieken zag hij de slechte staat waarin die verkeerden. Hij nam het besluit dat de Onze Lieve Vrouwe- of Kruiskerk aan de katholieken moest worden teruggegeven. Na een eerste opknapbeurt werd de kerk in 1811 weer in gebruik genomen. In 1813 werd van de Observantenkirche te Münster een tweeklaviers orgel gekocht. Dit instrument was gebouwd door Nicolaus Brunswick in een door de monniken zelf gemaakte orgelkas.

 

 

Voormalige Observantenkirche te Münster in de Schlaunstrasse thans in gebruik als Evangelische Universitätskirche
In 1815 stortte een deel van de toren in als gevolg van blikseminslag. Dit bracht waarschijnlijk aanzienlijke schade aan aan het orgel. G.H.Quellhorst moest voor meer dan 4.400 gulden aan reparaties uitvoeren. Toch bleef het orgel steeds niet aan de verwachtingen voldoen. Zo werkten Lohman, Scheuer, Naber en P.Maarschalkerweerd aan het instrument

 

Tot 1895 is het gerepareerd, schoongemaakt en gewijzigd. Een barokinstrument paste echter niet in de tijdgeest. Daarom werd in 1895 besloten om een nieuw binnenwerk in de bestaande kas te maken. Door de gulle gift van de familie Heerkens - van Sonsbeeck, wiens wapen in het orgelfront prijkt, kon het orgel gekocht worden.

 In 1896 werd het nieuwe binnenwerk geplaatst door Michaël Maarschalkerweerd uit Utrecht.

Michaël Maarschalkerweerd verving het barokinstrument voor een rein pneumatisch traktuur met de romantische orgelklank van nu